Wat is LIST lezen?

Lezen leer je door het veel te doen. Kinderen gaan pas veel lezen als ze gemotiveerd zijn. Veelgebruikte leesmethodes op scholen hebben weinig oog voor motivatie. In LIST kunnen kinderen zelf bepalen wat ze lezen.

 

Wat is LIST?

LIST staat voor LeesInterventie-project voor Scholen met een Totaalaanpak. Bij het aanvankelijk lezen wordt gewerkt met een programma waarin naast instructie van letters en leeshandeling, van het begin af aan functionele en motiverende lees- en schrijfopdrachten onderdeel uitmaken. Uit de methode wordt alleen gebruikt wat ten dienste staat van het leren lezen. Vloeiend lezen wordt in het project bereikt door de leerlingen veel leeftijdsadequate boeken te laten lezen. Er wordt dus geen methode gebruikt. Deze boeken worden door de kinderen zelf gekozen. We hebben de de bibliotheek op school, waardoor leerlingen ruime keuze aan boeken hebben. Leerkrachten ondersteunen de kinderen bij dit keuzeproces en bij het ontwikkelen van de eigen leesvoorkeur. Leerlingen lezen in eerste instantie hardop, in een duo of met een tutor. Zodra het kan (vanaf AVI E4 niveau) gaat een leerling stillezen. De leerkracht voert tijdens het lezen gesprekjes met de leerlingen om er zo achter te komen of het gekozen boek niet te moeilijk is (qua leesniveau en begrip) en of er wellicht een extra interventie nodig is, zoals het kiezen van een ander leeftijdsadequaat boek of uitbreiding van de leestijd.

 

Hoe zie je dit terug in de klas?

In groep 3 t/m 8 start de dag met LIST, maar er is wel verschil in de wijze waarop dat gedaan wordt: In de school zijn veel boeken te vinden. Bij het aanvankelijk lezen, wat met name in groep 3 gebeurt, wordt gezorgd voor dagelijks terugkerende instructieblokken. Hier is vanaf het begin aandacht voor allerlei activiteiten die betrekking hebben op lezen én schrijven. In groep 3 start elke dag met leesinstructie. Tot de kerstvakantie krijgen de kinderen elke dag een nieuwe letter aangeboden (aan de hand van de methode Lijn 3). Vanuit het LIST principe maken de kinderen hiermee zelf woorden, zinnen en verhaaltjes. Vloeiend lezen wordt vooral bereikt door veel te lezen. Dit gebeurt enerzijds door het lezen van oefenrijtjes om bepaalde leesmoeilijkheden te trainen, anderzijds door het lezen van verhalen en boeken. In de groepen 4 t/m 8 starten alle kinderen de dag (van 8.30u tot 9.05u) met lezen uit hun zelfgekozen boeken. Hierbij lezen de kinderen groepsdoorbroken.

 

Voor kinderen die nog niet zelfstandig kunnen stillezen is er het zogenaamde Hommel lezen, hardop ondersteund makkelijk lezen. Dit is bedoeld voor kinderen die nog niet op AVI niveau E4 lezen.

 

Hommellezen bestaat uit de werkvormen:

 

• Duo-lezen: kinderen kiezen hun eigen partner en lezen samen in hetzelfde boek. Zo kunnen zij samen de problemen die ze tegenkomen oplossen.

• Tutor-lezen: Een tutor is een leerling die minstens twee leesniveaus hoger leest en bij voorkeur ook een oudere leerling is, die de jongere leerling helpt bij het leesproces. Hij/zij kan bijvoorbeeld een stukje tekst voorlezen waarna ze samen de tekst opnieuw lezen.

 

De leerkracht begeleidt de lezende kinderen door te luisteren, te observeren en met ze in gesprek te gaan. Hij/zij motiveert de kinderen en maakt ze enthousiast voor verschillende soorten boeken. Ook leest de leerkracht zelf tijdens het LIST-lezen en laat zo zien hoe goed leesgedrag eruit ziet.